Copy
View this email in your browser

VeertigVragen #7. Is God echt de eindbaas?

Hoi <<Naam>>. Tijdens de Vastentijd behandel ik elke dag een vraag van een lezer. Jouw vraag kun je hier stellen. Vandaag kreeg ik een opvallende.

"Hoe weet God dat hij echt de eindbaas is?"

👾👾👾

Beste "Eindbaas", 

bij dat woord moet ik nog steeds aan Donkey Kong denken. Een spel waarin jij een aap was en jouw land moest terugveroveren op een krokodillenkoning. Zo zag de eindbaas eruit:



Met de kennis van nu een beetje een sullige krokodil. Je kunt je voorstellen dat je, wanneer je hem eenmaal hebt verslagen, ineens een nog véél grotere moet gaan verslaan. Zoals superhelden van Marvel soms kunnen denken dat ze de grote boef hebben gevangen, maar dan ontdekken dat het slechts een 'hulpje van' moet zijn geweest.

 

Kan het ook zo met God zijn? 

Vraag je.

Wel, de joodse godsdienst ontstond te midden van vele polytheïstische culturen. Landen waar goden met elkaar vochten, of met de mensen, om wie de machtigste, beste koning van de heuvel was. De eindbaasgod. In elke cultuur had je een andere eindbaas, maar eigenlijk verschilde dat vaak ook per woonplaats, of per gezin. Religie is veelkleurig.

In één van die plaatsen groeide Abram op. Zijn vader Terach fabriceerde en verkocht godenbeelden, groot en klein. Maar Abram was een brutaal snertjong, zoals je hier ook kunt lezen. Hij geloofde niet in die goden. Dus op een dag moest puber Abram op de winkel van zijn vader passen en kreeg hij een idee.

Er kwam een vrouw langs om te offeren. Zij kon geen god betalen, maar legde haar schaaltje graan voor de voeten van de goden in de winkel neer. Zo kon ze toch nog haar godsdienst beoefenen. Zodra de vrouw weg was pakte Abram een stok en sloeg hij alle goden kapot. Allemaal, op één na - de grootste god. 

Terach kwam thuis en zag zijn voorraad aan duigen liggen. Hij begon te schelden en tieren. 'Kan ik je dan geen middag alleen laten?', maar Abram valt hem in de rede. 'Ho even, vader. Ik kan hier niets aan doen. Het ligt aan de goden. Er kwam hier een vrouw een bakje graan offeren, en toen kregen ze ruzie wie het eerste hapje mocht nemen. Nou, dat werd een enorm gevecht, en de grootste god sloeg alle andere goden kapot met deze stok.' 

Abram maakte er geen vrienden mee. Hij verliet het geloof van zijn jeugd. Daardoor werd hij, voordat hij 'vader van alle gelovigen' ging heten, eerst de 'vader van alle ongelovigen'. 

[Tekst gaat verder onder het plaatje] 
Abrams afscheid van het geloof van zijn jeugd staat symbool voor de breuk van joden, christenen en moslims met al te menselijke godsbeelden. Zij wilden geen goden meer die elkaar voortdurend bedrogen en bevochten zoals de Griekse goden. Zij wilden geen goden meer die natuurrampen veroorzaakten doordat ze onderling ruzie hadden, zoals sommige Oudoosterse. Zij wilden bovenal geen goden meer die in je hand pasten. Of in je broekzak. Of vriendelijk glimlachend op je keukentafel. 

Een god die jij hebt gekleid in plaats van dat ze jouw leven vormt, wat moet je daarmee?
Een god die je even met de ogen naar de muur kunt zetten als je vreemdgaat met de buurman, wat heb je daaraan? 
Een god die zich laat verkopen en omkopen door de rijksten onder de mensen, wat is dat voor god?

Dat soort overwegingen, dus.

In plaats van al die godenbeelden in zijn vaders winkel ging Abram achter een anonieme stem aan. Een stem die hem moeilijke opdrachten gaf - - wees een zwerver, verlaat je veiligheden, reis de belofte achterna. Een stem die hem bizarre beloften gaf - - Saraï en jij zullen vorsten zijn in grote landen. Jullie zullen voorouders zijn van talloze nakomelingen [het echtpaar was bejaard en kinderloos]. 

Ja, dat is de eindbaas, zei Abram. En hij ging op pad.
 

Dus nu hebben we hem definitief gevonden?

Vraag je.

Nee joh! Abram heeft helemaal nooit grip gekregen op die grote God. Hij ging zelf de beloften proberen te forceren. Hij betrapte God erop dat hij wraakzuchtige gedachten over buitenlanders had. Hij hoorde de 'eindbaas' zeggen dat Abraham zijn geliefde zoon aan hem moest offeren. Abraham en zijn nakomelingen (en wij dus) bleven doen wat mensen nou eenmaal doen: ze goten God met regelmaat in een kleinzielig nieuw of oud beeld, zodat hij weer begrijpbaar en grijpbaar was. En dan ben je de eindbaas weer kwijt.

Het blijft zoeken, het blijft beeldenstormen, het blijft zwerven en tasten.

**

God noemen we het (verpersoonlijkte) summum van al het goede, ware, schone, lieve, rechtvaardige. Waardiger dan al onze konkels, al onze emoties en emoji's, al ons hout, goud en steen. Dat betekent in de praktijk vooral dat je heel vaak zult moeten ontdekken dat dat wat jij gisteren God noemde, bij nader inzien toch niet God bleek te zijn. En dan moet er weer een godsbeeld kapot. Net zolang tot je in de buurt komt van het ideaal: vertrouwend een belofte achterna dwalen, zonder de valse houvast van een armetierige godenwinkel.

God is per definitie de 'eindbaas'. 
Als iets niet de eindbaas blijkt te zijn, was het nooit God.
En dat zullen we vaker meemaken dan we willen.

Tot morgen!

--->  zelf zou ik nooit het macho-woord 'eindbaas' gebruiken voor God, maar dat is weer een verhaal apart.
Steun deze serie, bepaal zelf wat je betaalt
Betaal voor mijn thee terwijl ik dit schrijf (tikkie 1 euro)
Stel zelf een vraag
Copyright © 2019 Vreemd Geluid, All rights reserved.


Want to change how you receive these emails?
You can update your preferences or unsubscribe from this list.

Email Marketing Powered by Mailchimp