Copy
View this email in your browser

VeertigVragen #29. Is God wel zo lief?

Beste <<Naam>>. Tijdens de Vastentijd behandel ik elke dag een vraag van een lezer. Vandaag gaat het over de verhouding tussen Jezus en God. Die laatste is soms wat... ruw.

 

"Wat moeten we met God die woedend is in het Oude Testament en jaloers? Ik vind dat ingewikkeld.. God kan zijn eigen emoties toch wel beheersen? En hoe plaats je dat in de context van Jezus die uiteindelijk altijd de mogelijkheid schept tot omkering en vergeving? God klinkt soms zo definitief in woorden van vernietiging en straf."

Beste "Oud versus nieuw", 

dat is een vraag die me vaak gesteld wordt! De Hebreeuwse teksten lijken ruwer te zijn dan Jezus' teksten. Ik herken het gevoel, maar ik stel er graag tegenover dat de Hebreeuwse Bijbel veel hoopvoller en positiever is dan mensen vaak weten. Lees bijvoorbeeld eens de laatste hoofdstukken van vrijwel alle profetische boeken. Zeker geen definitieve oordelen, integendeel! Aan de andere kant zie je juist weer dat Jezus vaak helemaal niet zo lief is als je 'm in kinderbijbels ziet glimlachen. Lees het evangelie volgens Matteüs nog eens en je komt een strenge rabbi tegen. Waarmee ik maar wil zeggen: zo groot is het contrast niet tussen Jezus en de joodse traditie waaruit hij kwam. 

Ik schreef er voor De Nieuwe Koers een stuk over, vorig jaar. Dat kun je hieronder teruglezen. 
Lucas is populairder dan Jeremia en de God van Jezus lijkt soms een ander dan de God van Mozes. Daarom wordt het Oude Testament nog weleens opzijgeschoven en krijgt het Nieuwe Testament voorrang. Onterecht, betoogt Alain Verheij. Dit is een pleidooi voor de meerwaarde van de Hebreeuwse Bijbel in de kerk en de christelijke traditie.
 
Toen ik afgelopen jaar op een christelijke bijeenkomst mocht vertellen over de schoonheid van de Bijbel, kreeg ik een vraag uit het publiek. Het was een vraag die ik als theoloog elke week wel gesteld krijg: ‘Hoe zit dat nou met al dat geweld in het Oude Testament? Wat moeten we daarmee als hedendaagse gelovigen?’. Mijn antwoord was te uitgebreid om hier te herhalen, maar het ging over de context van die oude Hebreeuwse verhalen. Dat ze in een andere tijd en plaats zijn ontstaan. Dat oorlog een alledaagse werkelijkheid was voor de schrijvers van veel van die verhalen, en dat het logisch is dat je dat terugvindt in hun geschriften.
 
Terwijl ik mijn lange antwoord gaf, zag ik twee bekende evangelische theologen in het publiek steeds ongemakkelijker schuifelen op hun stoel. Naderhand gaven de beide mannen mij hun kritische feedback: ‘Waarom begon je niet over Jezus? Want het Oude Testament is inderdaad vaak gewelddadig, maar Jezus kwam juist liefde en geweldloosheid prediken. Dat was wat ons betreft het juiste antwoord geweest.’ Wat deze collega’s tegen mij zeiden was niet vreemd. In de volle breedte van het christendom zoals ik het ken, kom je deze houding tegen. Het Oude Testament geldt als ruw en ietsje ondergeschikt, want Jezus en het Nieuwe Testament zijn the real deal. Daar leer je God pas écht kennen.
 
De worsteling van christenen met het Oude Testament is al ontzettend oud. Een krappe eeuw na Jezus’ kruisiging begon de bisschopszoon Marcion van Sinope een campagne tegen de joodse geloofsverhalen. Hij betoogde dat de God van de Hebreeuwse Bijbel een heel andere God was dan de vader van Jezus. Deze schepper-god is wraakzuchtig, wettisch en aards en zijn karakter staat haaks op de vergevingsgezinde boodschap van Jezus. Daarom schrapte Marcion het Oude Testament uit zijn Bijbel. De gezuiverde canon die hij overhield bevatte alleen een aangepaste versie van Lucas en een aantal brieven van Paulus. Daarmee meende hij de ware geest van Jezus bewaard te hebben.
 
Marcion verloor de ideeënstrijd en is op alle mogelijke manieren verketterd door de officiële kerkleiders. Toch is zijn gedachtegoed nooit helemaal uitgestorven. Als we een verhaal of samenleving ‘Oudtestamentisch’ noemen, bedoelen we ‘achterlijk’. Een gemiddelde dominee preekt liever over de Barmhartige Samaritaan dan over Ezechiël. Of lees de beruchte analyse van opper-atheïst Richard Dawkins in zijn boek God als misvatting. ‘De God van het Oude Testament is zo’n beetje het onaangenaamste personage dat de literatuur ooit heeft voortgebracht.’ Om hier later aan toe te voegen: ‘Het staat buiten kijf dat Jezus moreel gezien een hele verbetering is vergeleken met die wrede bruut van het Oude Testament’.
 
Opperrabbijn Jonathan Sacks confronteerde Dawkins in een debat met die harde woorden, en noemde ze tot diens schrik ‘diep antisemitisch’. Want het klinkt aardig, de breed gedragen consensus dat Jezus’ idealen hoger zijn dan de Hebreeuwse geloofsverhalen. Totdat je beseft dat je daarmee het jodendom eigenlijk een minderwaardige religie noemt. Je kleineert zo een compleet heilig boek van een wereldgodsdienst. Dit verwijt geldt niet alleen voor Richard Dawkins. Het geldt ook voor alle christenen die het Oude Testament in de praktijk een verouderd, achterhaald testament vinden. 
 
Het ‘ontjoodsen’ van het christendom, zoals de oude Marcion dat al voorstelde, is niet alleen een gevoelige slag in de richting van joodse medemensen. Het is ook een belediging van Jezus zelf. Jezus wordt door velen gezien als de verlichte rabbi die het jodendom kwam upgraden tot een nieuwe religie. Maar zelf verwees hij voortdurend naar de Hebreeuwse Bijbel. Hij kwam naar eigen zeggen niet om de Wet en de Profeten af te schaffen – elke tittel of jota bleef voor hem van kracht. Wat wij verder ook van Jezus maken, hijzelf wilde begrepen worden in de context van zijn joodse identiteit.
 
Als theoloog die de afstudeerrichting ‘Hebrew Bible Studies’ koos, zie ik het als mijn missie om te werken aan de herwaardering van het Oude Testament. Stap 1 is daarbij dat ik het vanaf hier met de sympathiekere term ‘Hebreeuwse Bijbel’ zal betitelen. Met deze Bijbel - die Jezus, Paulus en Petrus lazen - hebben we namelijk meer goud in handen dan veel christenen beseffen. Het hele evangelie zit erin vervat, en wel in een keur aan verschillende tekstvormen, met voor ieder wat wils.
 
Hierin laat ik me inspireren door de eigenzinnige 20e-eeuwse theoloog Kornelis Miskotte. Deze geleerde ging zo ver om te stellen dat de Hebreeuwse Bijbel in verschillende opzichten zelfs een tegoed heeft ten opzichte van het Nieuwe Testament. De Hebreeuwse Bijbel bevat bijvoorbeeld meer verhalen, en die communiceren lekkerder dan brieven van Paulus. Er zijn liederen – lofliederen, klaagliederen, zelfs erotische liederen. De Hebreeuwse Bijbel staat ook vol met politiek, van intriges aan het hof tot concrete sociaaleconomische wetgeving.
 
Dit is nog maar een greep uit de voorbeelden die Miskotte noemt. Eén frappant voordeel van de Hebreeuwse Bijbel springt er echt uit: de menselijkheid van deze boeken. Als vrome ziel kun je schrikken van de menselijke trekjes van de joodse God, en de smerige feilbaarheid van zijn dienaren. Maar zelf vind ik de morele wisselvalligheid en het temperament van de tientallen hoofdpersonen tegelijk fascinerend, herkenbaar en troostrijk. Deze God uit zich niet in een steriele heiligheid, niet in een serene spiritualiteit, maar middenin de rotzooi van het chaotisch menselijk gekonkel.
 
De Hebreeuwse Bijbel mag er dus zijn, heeft een eigen plek in de kerk en heeft zelfs een unieke meerwaarde die we zouden zijn kwijtgeraakt als we naar Marcion hadden geluisterd. Wie dat beseft, moet een belangrijke omslag in denken maken. Jezus is niet meer het antwoord op het probleem waarvoor de Hebreeuwse Bijbel ons stelt. Dat is hoe mijn collega’s op het christelijke congres het zagen. Nee: de Hebreeuwse Bijbel bevat juist vele clous over de God van Jezus, die we pas vinden wanneer we deze boeken zien als volwaardig.
 
Om deze omslag te maken en de Hebreeuwse heilige teksten in ere te herstellen, geef ik drie belangrijke tips.
 
  1. Wees niet vromer dan de paus.
Of je nu op Twitter kijkt of op Netflix of in de krant, overal zie je ellende. Mensen roddelen en roven, bedriegen en bedreigen, verkrachten en vermoorden. Daar zitten de best bekeken series én de journaals mee vol. Waarom hanteren we een andere norm voor de hoofdpersonen van onze religieuze verhalen? Als de Hebreeuwse Bijbel niet grof was, ging hij niet over ons en onze wereld. Dan hadden we écht een probleem gehad, want een wereldvreemde God kan geen goed nieuws brengen.
 
Natuurlijk krimp ik ook ineen als ik lees over Lot en zijn dochters, of over Jaël en haar tentpin, of over David en zijn kinderen. Ik heb echter nog nooit een goed verhaal gelezen dat me niet op een bepaald punt enorm liet schrikken of balen van het duistere randje dat het menszijn ineens kan krijgen. Zonder de slavernij die een heel volk in de greep hield en zoveel eerstgeborenen het leven kostte, hadden we nu geen Pasen gevierd. Wie zich verzet tegen de ‘Oudtestamentische rauwheid’, sluit de ogen voor de realiteit van het bestaan.
 
  1. Spring niet te snel naar Jezus.
In de kerken waar ik leerde Bijbellezen waren er vaste favorietjes uit de Hebreeuwse Bijbel. Met name losse zinnen uit Jesaja, waarvan ik leerde dat ze allemaal over Jezus gingen. Met Kerst hoor je ‘Een kind is ons geboren!’ en met Pasen lees je over de lijdende knecht. Dat zijn mooie lijntjes naar Jezus, maar het heeft twee problemen. Allereerst is het in het overgrote deel van de Hebreeuwse verhalen onmogelijk om op deze manier Jezus ‘in de tekst te lezen’. Ten tweede ga je eraan voorbij dat de tekst ook nog een primaire, eigen betekenis heeft. En die heeft meer met Jesaja’s tijd en leefwereld te maken dan met Jezus.
 
Veel kerken hanteren een leesrooster waar naast de eventuele lezing uit Genesis, Psalmen of Hosea ook altijd een verhaal over Jezus wordt gelezen. Voor predikanten biedt zoiets een escape: voor hun preek kunnen ze altijd teruggrijpen op een gouwe ouwe uit een evangelie, en de andere lezing wat opzijschuiven. Of zij preken, zoals ik het in mijn beginjaren als theoloog leerde, wel over de Hebreeuwse tekst. Maar zorgen dan altijd dat ze in de laatste alinea’s rap en vaak gekunsteld een eindsprint naar Jezus trekken. Eind goed, al goed, maar je doet zowel Jezus als de gelezen tekst er deerlijk mee tekort.
 
  1. Neem de tijd voor de verhalen.
Om de Hebreeuwse Bijbel vol tot je te laten inwerken, moet je hem de tijd gunnen. Lees je een losse paragraaf, dan kan het verwarrend en vervreemdend op je overkomen. Maar een paragraaf staat in een hoofdstuk en een hoofdstuk staat in een boek. Het boek Genesis is bijvoorbeeld een prachtige compositie waarin geen verhaal op zichzelf staat of toevallig daar belandde. Lees de verhalen op volgorde, blader even een hoofdstuk vooruit of terug voor de context en leef je in in de sfeer van de verhalenreeks.
 
Stel de tekst eens vragen die voor het Nieuwe Testament wat minder prangend lijken, maar het hier wel zijn. Bijvoorbeeld: wie zou dit verhaal hebben geschreven, en waarom, en voor wie? Raadpleeg eens een joodse of christelijke uitlegger die de moeilijkere teksten inzichtelijk weet te maken. De Bijbel is geen boek om in één keer te vatten of in pakkende one-liners op het startscherm van je telefoon te zetten. De Bijbel is een boek om je tanden in te zetten, om mee te vechten en zo je leven te laten verrijken.
 
En of het wat oplevert? Na ruim tien jaar beroepsmatig Bijbellezen ontdek ik nog altijd verrassende paragrafen vol schokkend hoopvolle visioenen, confronterende profetieën, moedige geloofsvrouwen, goddelijke geintjes en ongedachte bevrijdingen. De Hebreeuwse Bijbel is zoveel meer dan een opmaat naar het wezenlijke – de kern van het evangelie zit in deze teksten verstopt. Het enige dat we nodig hebben is de wil, de tijd en wat hulp om het steeds weer op te graven.
Steun deze serie, bepaal zelf wat je betaalt
Betaal voor mijn thee terwijl ik dit schrijf (tikkie 1 euro)
Stel zelf een vraag
Copyright © 2019 Vreemd Geluid, All rights reserved.


Want to change how you receive these emails?
You can update your preferences or unsubscribe from this list.

Email Marketing Powered by Mailchimp