Copy
View this email in your browser


Laag na laag dieper voelen in de angst 
 

“Dat je van iets kleins zóiets groots kan maken…” zei iemand tegen me, met een lachje. “Bijzonder.”
“Ik heb niet het gevoel dat ik het doe,” zei ik. “Het gaat vanzelf.”
Het komt door het voelen; ik ben inmiddels zo gewend alles wat ik voel aandacht te geven dat ik niet meer iets níet kan voelen.

We hadden het over mijn reisangst. Binnenkort vlieg ik naar Portugal. De reis was maanden geleden al geboekt, lang voor het nieuws over eindeloze rijen op Schiphol, gemiste vluchten, frustratie van gestrande reizigers.
Toen die berichten kwamen, kreeg ik buikpijn. Elke keer als ik aan de reis dacht, ging er een scheut van angst door me heen. Ik bén ook geen reiziger, dacht ik, maar na verloop van tijd voelde het zo vreemd, zo heftig dat er méér aan de hand moest zijn.
Hier werd duidelijk een la oude pijn opengeschoven.
 
Dus ik voelde aandachtig de angst en ik bleef hem voelen, net zolang tot er inzichten begonnen te dagen. De angst was als een soort wormgat waar ik in gezogen werd, een tunnel naar diepere dimensies van kramp en ontzetting, niet eens alleen van mijzelf.
 
Het eerste wat helder bovenkwam, was mijn kinderangst: stel je voor dat ik iets niet helemaal begrijp en dat ik daardoor iets vreselijk fout doe. Ik was het derde kind en toen ik klein was, begreep iedereen om mij heen alles beter dan ik. Het was geen barmhartig gezin – ik werd geplaagd met wat ik niet kon weten, opzettelijk bang gemaakt. Vandaar dat ik mijn hele leven bezig ben geweest om het leven beter te begrijpen.
Nu ben ik een a-technische boomer en bovendien heb ik al jaren niet gevlogen. Het is ook een beetje extra ingewikkeld want ik ga niet direct, maar via Lyon waar een van mijn kleinzoons naar het vliegveld wordt gebracht door zijn vader. Vandaar vliegen we samen door, deo volente, naar Porto waar mijn dochter, die met haar man een huis heeft in die buurt, ons komt ophalen. 
Zo moeilijk kan het niet zijn, besefte ik en ik ging me met de reis verbinden. Ik nam er tijd voor, keek nog eens goed naar alle mails van vliegmaatschappijen en installeerde apps. Zo ontdekte ik nuttige details die ik over het hoofd had gezien.
Dat hielp. Een beetje.
 
Op een nacht werd ik wakker, mijn buik krampte en trok en ik ging weer aandachtig liggen voelen, voelen, voelen. Wat opkwam, was: het jappenkamp Tjideng, waarin mijn moeder zat in haar tienerjaren in de Tweede Wereldoorlog. Daar moesten de gevangen vrouwen en kinderen elke dag op appèl, in lange rijen in de brandende zon, om te buigen voor de kampcommandant.
Aha. Dit was een diepere laag: overgeërfde angst voor lange rijen, voor vernedering.
Dat hielp ook. Zo werkt dat: wat onbewust blijft, probeert door kieren en gaten naar het licht te komen, meestal op onprettige manieren. Wat je bewust maakt, aandacht geeft en voelt, kan tot rust komen.
Toevallig, maar toeval bestaat niet: de volgende dag kreeg ik een boek cadeau over Tjideng, Onder Japanse bezetting van Anne Marie Uhlenbeck.

Onder die doorgegeven angst van mijn moeder bleek nog iets diepers te zitten. Ik ben nu 69, ouder dan mijn moeder die maar 67 is geworden, veel ouder dan haar moeder die op haar 43e bezweek in het jappenkamp, en ouder dan haar grootmoeder die 62 werd. Mijn zus is ook maar 69 geworden en die zei tegen de oncoloog: “Ik heb er de leeftijd voor.” In onze vrouwenlijn is het kennelijk norm om de zeventig niet te halen.
Nu begreep ik waarom ik al een paar jaar zo met de dood bezig ben en zelfs bedacht had dat mijn volgende boek erover zou gaan, met de veelzeggende titel Ik ga liever gewoon dood.
Wat ik voelde, was geen doodsangst maar levensangst. Mag ik wel blijven leven, compleet met frivole vakantieplannen, een toekomst met ruimte, nieuwe horizonnen? Hoe dan? Het is mij niet voorgeleefd.
Ik stond op, stak een kaars aan en en raadpleegde mijn geliefde orakels. Ja dat mag en ja dat kan, was klip en klaar het antwoord. Je kunt zorgzaam leven en toch onbezorgd. Dienend en leidinggevend.
Dat hielp nog meer. De reis was in mijn geest al gekrompen tot normale proporties.
 
En toch was zelfs dat nog niet alles. Nog dieper, voelde ik een volgende nacht, nog existentiëler kun je zeggen, ligt een angst die helemaal niet weg wil omdat hij deel is van mijn ego, van mijn zelfgevoel. Zo subtiel dat je het ook opwinding kunt noemen. Mijn ziel klampt zich eraan vast als een drenkeling aan wrakhout in de oceaan.
Leven zonder die subtiele angstvibratie... dat is leven zonder houvast, zonder zelf.
 
Er kwam een soort generale repetitie voor de reis toen ik mijn oudste twee kleinkinderen, 15 en 13 jaar, wegbracht naar Schiphol. Midden in de nacht opstaan, vier uur van te voren aantreden en een eind mee-schuifelen in de lange lange rij voor de security check. De sfeer was gemoedelijk, het personeel vriendelijk en aanspreekbaar. Ergens bij een poortje mocht ik niet verder. Met koffie en een croissant zat ik een paar uur lang te lezen, holding space tot ze appten dat ze in het vliegtuig zaten. Intussen las ik het boek over Tjideng, aangrijpend, woest interessant. Het relativeerde de boel: wat een angst, wat een ellende.
Oorlog is ultieme opwinding.

Dat ongelooflijk rijke en veilig leven dat wij leiden, is dat wel vol te houden als we ons blijven vastklampen aan ons diepste houvast, aan de opwinding van ons zelf?  
 
Nou ja. Intussen ben ik gewoon op mijn gemak mijn Portugese vakantie aan het voorbereiden. Nieuwsbrief schrijven, wasje draaien, kattenvoer kopen, info-lijst opstellen voor de katten-oppas-logée, huisje poetsen, pakken, me verheugen, en op tijd naar bed.

Juist door hem zo groot te maken is de angst weer klein geworden.
 
Maar volgend jaar ga ik met de trein.

Nieuw boek, over zelfvergeving – doe je mee?

 
Dat boek dat ik wilde schrijven - Ik ga liever gewoon dood - komt er vast, maar ik stel het nog even uit. Mijn volgende boek gaat over zelfvergeving. Blij zijn met je leven, jezelf genezen, je lekker voelen en er zin in hebben: dat kan niet zonder dat je ontspant uit de kramp van het gevoel dat je niet helemaal goed bent, dat je iets fout doet of hebt gedaan.
Alleen al het noemen ervan, merk ik in mijn praktijk, opent een veld van verzachting en verzoening. O ja, zie ik mijn cliënten denken, dat kan ook, mezelf vergeven. Mezelf vergeven voor mijn onzekerheid, voor de knopen in mijn maag, mijn oude wrok, voor mijn guilty pleasures, voor alles waarvan ik denk: kwam ik er maar vanaf.
In rebalancing hoeven we nooit ergens vanaf, ook niet als we er last van hebben. We gaan er juist naar toe, we geven het niet minder aandacht maar meer, we koesteren het, we baden het in warme liefde, troost, begrip en zelfcompassie.
Daar knapt het enorm van op.
 
Waarvoor kun je jezelf vergeven? Bijvoorbeeld voor het feit dat je niet zo gezond bent als je vindt dat je had moeten zijn. Of niet zo mooi, niet zo handig, niet zo sterk.
Vrijwel allemaal moeten we onszelf vergeven voor fouten die we hebben gemaakt. Kleine vergissingen en grote blunders, domme dingen die we hebben gedaan, onaardigheden tegenover anderen… noem maar op.
Sommige mensen (meer dan je zou denken) hebben zichzelf te vergeven dat ze überhaupt geboren zijn. Of dat ze sterfelijk zijn en op een dag dus zullen doodgaan.
Je kunt jezelf ook vergeven voor je harde blik op jezelf.
 
Jezelf vergeven is: zonder oordeel naar jezelf kijken, met het soort onvoorwaardelijke liefde waarbij iets mag zijn wat het is, wat het allang is en wat niet anders kan zijn dan het is. Dus in wezen heb je alleen maar een gezonde dosis realiteitsbesef nodig.

Maar spiritualiteit helpt. Want jezelf vergeven is naar jezelf kijken met de ogen van God.
 
In dat boek Zelfvergeving wil ik niet alleen over mezelf schrijven maar ook graag verhalen verwerken van anderen. Heb jij jezelf weleens vergeven voor iets vreselijks? Of voor iets pietluttigs dat toch als een doorntje in je vlees zat? Hoe deed je dat en wat was het effect? Of andersom, is er iets dat je onvergeeflijk vindt van jezelf, dat blijft knagen, en wat doet dat met je? Wat zou je nodig hebben om jezelf toch te kunnen vergeven?
En wil je daarover met mij praten, voor mijn boek?


Laat het me weten alsjeblieft. 
 
 
De hemel in je handen
Ik ben nog niet klaar met broeden op de workshop gebaseerd op mijn nieuwe boek De hemel in je handen, maar ik weet al dat lichaamswerk er ook in hoort, want dat verruimt je bewustzijn enorm. Verder zal het o.a. gaan over emoties en zelfonderzoek, zelfhypnose, orakels, dromen, en de wereld om je heen als spiegel. Waarschijnlijk in de vorm van een aantal zondagmiddagen, in een besloten, veilige groep. Geïnteresseerd? Mail me alsjeblieft.
Meanwhile, back at the Heer Vrankestraat 34... Vanaf half augustus ben ik er weer aan het rebalancen. Vanaf eind november heb ik weer volop ruimte in mijn agenda voor nieuwe afspraken.

Transformatie Spel
Elke eerste zondag van de maand spelen we het Transformatie Spel met maximaal 8 personen (op twee borden maar wel aan één tafel, dus in één groep). Begeleid door Lilly Post en mij, van 14.00 tot 17.00 uur, kosten €50. Mail me als je mee wilt doen aan die van 4 september, of verderop in het najaar.


Lucent Yin Yoga
Beste yin yoga ooit door Justyna Szamlewska, dinsdagavonden van 19.00 tot 20.15 uur  en zaterdagochtenden van 10.00 tot 11.15 uur.  
Eerste les gratis, daarna €12,50 per keer, zonder verplichtingen. Aanmelden bij Justyna.
Ik ben er ook bij, zo vaak ik maar kan. 

Graag tot ziens, hier of daar.
 
Twitter
Facebook
Website
Copyright © 2022 Lisette Thooft, All rights reserved.


Want to change how you receive these emails?
You can update your preferences or unsubscribe from this list.

Email Marketing Powered by Mailchimp