Copy
Bekijk de online versie in uw browser
Onderzoeksnieuwsbrief
Eerstelijnsgeneeskunde
2/2017
Header
Divider
Over deze nieuwsbrief
De Onderzoeksnieuwsbrief Eerstelijnsgeneeskunde, bevat een overzicht van onderzoeken uitgevoerd met gebruikmaking van data die door huisartsenpraktijken is aangeleverd uit het Huisartsinformatiesysteem (HIS). Er wordt uitsluitend gebruik gemaakt van data uit praktijken die toestemming hebben gegeven om deze data te (her)gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek.

In deze uitgave van de Onderzoeksnieuwsbrief Eerstelijnsgeneeskunde, in een nieuw jasje, brengen wij u op de hoogte van (de resultaten van) onderzoek uitgevoerd in 2016. Wil u meer weten over deze nieuwsbrief, neem dan contact op met José Donkers mims.elg@radboudumc.nl

Alle onderzoekers zijn werkzaam bij de afdeling Eerstelijnsgeneeskunde van het Radboudumc, tenzij anders vermeld. Auteurs staan vermeld in alfabetische volgorde.
Divider
Inhoud van deze nieuwsbrief
  • Continuïteit in de eerste lijn
  • Toename verzoeken tot interventie
  • Antibiotica en bovenste luchtweginfecties (BLWI)
  • Urinekweken en antibiotica in de huisartsenpraktijk
  • Voorspellen chronische nierschade
  • Zorg- en WelzijnStandaard voor kwetsbare thuiswonende ouderen
  • Case-mix hart- en vaatziekten en kwaliteitsindicatoren
  • Reduceren van gastroscopieën voor dyspepsie – doen of laten?
  • Subsidieaanvraag Depressie in de eerste lijn
  • Wijkgericht beeld van het voorkomen van COPD in Nijmegen
  • Comorbiditeit en exacerbaties bij COPD: het PROSPECT-project
  • Morbiditeitcijfers FaMe-Net voor Volksgezondheid Toekomst Verkenning
  • Gezonde Wijk Uden-Oost
  • Mondklachten in de huisartsenpraktijk
  • Chronische comorbiditeit na diagnose colon- borst- prostaat- of longkanker
  • Medicatiereviews bij polyfarmacie patiënten in de eerstelijn
  • Inhalatiecorticosteroïden en klachten bij een bijnierinsufficiëntie
  • Statinegebruik bij diabeten
  • Whisper-project
Divider
Certificaat RDC
Recent ontving de afdeling Eerstelijnsgeneeskunde het certificaat Regionaal Datacentrum (RDC) van InEen en Zorgverzekeraars Nederland (ZN). Daarmee is de afdeling Eerstelijnsgeneeskunde één van de zeven datacentra in Nederland die aantoonbaar verantwoord omgaan met dossierdata uit de eerstelijn en voldoen aan de kwaliteitseisen gesteld door InEen en ZN op het gebied van indicatorenrapportages. Dankzij het zorgvuldig registreren en aanleveren van dossierdata door uw praktijk kunnen wij de data verantwoord verwerken en aanbieden voor onder andere wetenschappelijk onderzoek.
Divider
Onderzoeken
Continuïteit in de eerste lijn
In dit onderzoek werd het aantal contacten met de vaste huisarts of praktijkondersteuner geteld en gedeeld door het totaal aantal contacten met alle artsen en praktijkondersteuners binnen de huisartspraktijk. Deze zogenaamde UPC-index is hoger naarmate patiënten vaker dezelfde arts zien. De gemiddelde UPC-index over de gehele periode van alle praktijken samen was 0,60 (1 = altijd  dezelfde zorgverlener). Groepspraktijken scoren lager (0,56) dan solo- (0,79) of duopraktijken (0,63). Er is een significante relatie tussen het aantal chronische aandoeningen en de UPC-index: hoe meer chronische aandoeningen, hoe lager de UPC-index. Lagere continuïteit gaat gepaard met beduidend meer laboratoriumaanvragen, röntgenaanvragen en verwijzingen naar de eerste en tweede lijn. 
Onderzoekers: Hans Peters, Henk Schers, Marieke van Stippent, Annemarie Uijen.

Toename verzoeken tot interventie
In dit onderzoek werd het aantal verzoeken tot interventie onderzocht en het percentage waarin de huisarts dit verzoek honoreerde in de afgelopen 30 jaar. Vrijwel alle verzoeken zijn in de afgelopen 30 jaar beduidend gestegen, met uitzondering van verwijzing naar een andere eerstelijns hulpverlener. Huisartsen honoreerden de meeste verzoeken: 68.8 tot 93.7%, een aantal dat ook beduidend steeg. Was er sprake van een symptoom en een verzoek tot interventie, dan diagnosticeerde de huisarts vaker een symptoomdiagnose. Bij alleen een symptoom werd vaker een ziektediagnose gediagnosticeerd, met uitzondering van urineonderzoek. Dit onderzoek benadrukt de relevantie van de Reason For Encounter; naast belangrijke informatie over klachten en verwachtingen, toont het ook informatie over verwachte uitkomsten van aanvullend onderzoek.
Onderzoekers: Hans Bor, Kees van Boven, Jessica van den Broek, Annemarie Uijen.

Antibiotica en bovenste luchtweginfecties (BLWI)
Uit eerder onderzoek bleek dat het voorschrijven van antibiotica voor BLWI niet leidt tot hogere consultatie van de huisarts en meer antibioticavoorschriften voor BLWI. Uit verder onderzoek bleek dat als de huisarts bij twee achtereenvolgende BWLI geen antibioticum voorschrijft, patiënten  zich beduidend minder vaak voor nieuwe BLWI melden. Ook kregen ze minder vaak antibioticum voorgeschreven bij nieuwe BLWI. De conclusie was dat als de huisarts meer consistent is in het niet voorschrijven van antibioticum voor BLWI, het aantal nieuwe BLWI episodes en de hoeveelheid nieuwe antibioticavoorschriften voor BLWI lager is. Afgelopen jaar is ook gekeken of broertjes en zusjes van kinderen die een antitbioticum krijgen voor een BLWI vaker voor een BLWI naar de huisarts gaan. Hierbij werden echter geen verschillen gevonden in consultfrequentie en antibioticumvoorschriften.
Onderzoekers: Floris van de Laar, Joep Schaapsmeerders, Annemarie Uijen.

Urinekweken en antibiotica in de huisartsenpraktijk
In dit onderzoek werd gekeken naar de kenmerken van patiënten die zich bij de huisarts melden met een urineweginfectie, in welke mate huisartsen zich aan de NHG-richtlijn over het gebruik van kweken houden en welke antibiotica aan welke patiënten wordt voorgeschreven. Ruim 41% van alle patiënten met een urineweginfectie waren hoogrisicopatiënten (zoals patiënten met weefselinvasie, nier-blaas afwijkingen, immuun afwijkingen, mannen en kinderen). Hoewel de NHG-richtlijn een urinekweek adviseert bij hoogrisicopatiënten, werd dit maar bij één op de drie patiënten daadwerkelijk verricht. Kinderen scoorden relatief goed met 57% kweken. Bij 7% van de laagrisicopatiënten werd een volgens de richtlijn overbodige kweek verricht. Vrijwel alle patiënten kregen antibiotica voorgeschreven, vooral nitrofurantoine. Opvallend was dat bij hoogrisicopatiënten veel voorschriften niet overeen kwamen met de in de NHG-richtlijn aanbevolen antibiotica voor die groep patiënten. 
Onderzoekers: Karlijn Ganzeboom, Jeannine Hautvast, Ellen van Jaarsveld, Hans Peters, Doreth Teunissen, Annemarie Uijen.

Voorspellen chronische nierschade
Patiënten met chronische nierschade hebben een hoger risico op cardiovasculaire ziektes, ziekenhuisopnames en sterfte. Bij sommige patiënten treedt progressief nierfalen op, wat uiteindelijk kan leiden tot eindstadium nierfalen. De benodigde behandelingen, dialyse of niertransplantatie, hebben een grote impact op kwaliteit van leven en zijn erg kostbaar. Tijdige verwijzing naar de nefroloog is belangrijk om eindstadium nierfalen te voorkomen. Deze studie onderzocht in hoeverre voorspeld kan worden welke patiënten met chronische nierschade lijden aan progressief nierfalen. Hiervoor werd data van patiënten met chronische nierschade uit huisartspraktijken gekoppeld aan de Renine-database, waarin alle Nederlandse patiënten die dialyse of een niertransplantatie ondergingen geregistreerd staan. De analyses van dit onderzoek lopen nog. 
Onderzoekers: Marion Biermans, Jan van den Brand (Nierziekten Radboudumc), Wim de Grauw, Wilke Hendriks.

Zorg- en WelzijnStandaard voor kwetsbare thuiswonende ouderen
Er komen steeds meer (kwetsbare) ouderen met complexe hulpvragen, die langer zelfstandig thuis (moeten) blijven wonen. Hoe kunnen we onze huisartsenzorg optimaal organiseren zodat vanuit een samenhangend zorgnetwerk proactieve zorg aan deze populatie geboden kan worden, gericht op behoud van functioneren en kwaliteit van leven? Binnen het Nationaal Programma Ouderenzorg werd  de Eerstelijns Zorg- en WelzijnStandaard (ZWS)ontwikkeld, een complexe interventie bestaande uit multidisciplinaire samenwerking (huisarts, wijkverpleegkundige en/of praktijkondersteuner, welzijnswerker, specialist ouderengeneeskunde), proactieve zorgplanning, casemanagement en medicatiereviews. In deze studie werd zorg conform de ZWS vergeleken met reguliere zorg. Er werd meer achteruitgang gevonden in dagelijks functioneren (ADL-activiteiten) in de ZWS-groep (niet significant). In beide groepen werd geen verschil in kwaliteit van leven gemeten. Mogelijk is de geïncludeerde groep ouderen reeds te kwetsbaar om te kunnen profiteren van de interventie, of zijn andere uitkomstmaten beter in staat om de effecten van deze heterogene interventie te meten. Daarnaast is het mogelijk dat geen effecten gevonden werden door onvoldoende implementatie van deze complexe interventie. De resultaten van de hierop gerichte procesevaluatie worden binnenkort verwacht, evenals de resultaten van de kosteneffectiviteitsstudie en de effecten op mantelzorgersniveau. 
Onderzoekers: Reinier Akkermans, Pim Assendelft, Raymond Koopmans, Franca Ruikes, Henk Schers, Sytse Zuidema (afdeling Huisartsgeneeskunde, Universitair Medisch Centrum Groningen en Joachim en Anna Centrum voor specialistisch Zorg- en behandelcentrum Nijmegen).

Case-mix hart- en vaatziekten en kwaliteitsindicatoren
Cardiovasculair risicomanagement (CVRM) is een belangrijk speerpunt in de preventieve zorg in de huisartsenpraktijk. Op basis van de CVRM-richtlijn van het NHG zijn indicatoren voor het meten van de kwaliteit van zorg opgesteld waarmee huisartsen feedback over de door hun geleverde zorg ontvangen. De vraag is of een hoge score op deze indicatoren ook automatisch betere geleverde zorg betekent. Onveranderbare factoren in de samenstelling van de patiëntpopulatie zoals leeftijd, geslacht en comorbiditeit, zouden van invloed kunnen zijn op de indicatoren. Als deze zogenaamde case-mix van invloed is, zou daarvoor gecorrigeerd moeten worden bij het vergelijken van de kwaliteit van zorg van diverse huisartspraktijken. In deze studie wordt onderzocht in hoeverre scores op kwaliteitsindicatoren beïnvloed worden door dergelijke factoren en hoe hiervoor gecorrigeerd kan worden. De analyses voor deze studie lopen nog. 
Onderzoekers: Reinier Akkermans, Marion Biermans, Tom Jansen, Jan van Lieshout (IQ healthcare Radboudumc).

Reduceren van gastroscopieën voor ongecompliceerde dyspepsie – doen of laten?
Klachten van de bovenste tractus digestivus zoals dyspepsie, komen vaak voor in de algemene populatie. Leefstijladviezen en medicatie kunnen bij veel patiënten de klachten verhelpen. Hoewel gastroscopie maar select geïndiceerd is, wordt deze door onzekerheid over de diagnose toch vaak verricht. Een maligniteit wordt bij minder dan 1% van de gastroscopieën gevonden. Een gastroscopie blijkt slechts op korte termijn gerust te stellen en heeft maar zelden therapeutische gevolgen. Door de afdeling Maag- darm- en leverziekten wordt in samenwerking met ELG een strategie onderzocht om het aantal onnodige gastrocopieën te verminderen door patiënten meer te betrekken bij de zorg rondom dyspepsie. Hiervoor zijn twee e-learnings ontwikkeld; één voor huisartsen met de richtlijn en handvatten voor bepalen van vervolgbeleid en één voor patiënten met informatie over onder andere behandelingen en leefstijladviezen. Om een inschatting te kunnen maken van het aantal benodigde praktijken is vanuit de data van het Onderzoeks Netwerk Eerstelijnsgeneeskunde een overzicht gemaakt van het aantal patiënten met dyspepsie in de huisartspraktijk. 
Onderzoekers: Maarten van Dijk*, Joost Drent*, Judith de Jong*, Marten Lantinga*, Ad Masclee (*Maag- Darm- en Leverziekten, Radboudumc).

Subsidieaanvraag Depressie in de eerste lijn
Recent werd een subsidievraag ingediend in het kader van de ZonMw-aanvraag voor Goed Geneesmiddelen Gebruik over antidepressiva in de eerste lijn. Vragen als hoe verminderen we het aantal nieuwe voorschriften voor antidepressiva, hoe helpen we mensen die willen stoppen met antidepressiva en hoe zorgen we ervoor dat mensen die ondanks deze middelen nog altijd depressief zijn, beter worden. Ofwel: Hoe zorgen we voor optimaal gepersonaliseerd gebruik van antidepressiva. Voor het onderbouwen van een dergelijke aanvraag zijn veel cijfers nodig, zoals over prevalentie van depressie, verwijzingen, het gebruik van antidepressiva, de effectiviteit daarvan en het (proberen te) stoppen met antidepressiva. Een deel hiervan is via gepubliceerd wetenschappelijk onderzoek beschikbaar, meestal op populatieniveau. Het is lastiger om cijfers over huisartspraktijken te krijgen. Omdat de Nederlandse huisarts tot de wereldtop behoort als het gaat om adequaat registeren, konden een aantal van deze cijfers berekend worden uit data van het Onderzoeksnetwerk Eerstelijnsgeneeskunde. De aanvraag is inmiddels ingediend. 
Onderzoeker: Peter Lucassen.

Wijkgericht beeld van het voorkomen van COPD en risicofactoren in Nijmegen
In deze studie is gekeken naar de verschillen in prevalentie en incidentie van COPD en het voorkomen van risicofactoren in diverse Nijmeegse wijken. De gegevens werden aangeleverd door huisartsenpraktijken en de GGD Gelderland-Zuid. De incidentie (per 1000 persoonsjaren) van COPD in Nijmegen was 3,7 en de prevalentie 47,2. De incidentie was hoger onder vrouwen, de prevalentie onder mannen en beiden namen toe met leeftijd. De COPD-prevalentie per wijk varieert van 12,8 tot 73,3. Een hogere prevalentie op wijkniveau liet correlaties zien met hogere leeftijd, lager opleidingsniveau en het voorkomen van overgewicht in de wijk. Een hoger opleidingsniveau in een wijk correleerde met lagere COPD-prevalentie. Het verkrijgen van inzicht in de wijk door het combineren van data uit huisartspraktijken en de GGD kan aanknopingspunten bieden voor gerichter, wijkspecifiek preventiebeleid. 
Onderzoekers: Hans Bor, Ralf Hermsen (GGD Gelderland-Zuid), Bianca Schalk, Tjard Schermer, Fleur van Veldhuizen.

Comorbiditeit en exacerbaties bij COPD: het PROSPECT-project
In samenwerking met de afdeling Huisartsgeneeskunde van het UMC Groningen is een onderzoek (‘PROSPECT-project’) gestart om het verband tussen chronische comorbiditeit en het optreden van exacerbaties bij patiënten met COPD in de huisartspraktijk te bestuderen. Inmiddels zijn gegevens van meer dan 179 huisartsenpraktijken geanalyseerd. De meest voorkomende comorbiditeit in de COPD-populatie waren hypertensie (35%), coronaire hartziekten (19%) en artrose (18%). Een aantal hiervan waren geassocieerd met het meerdere malen per jaar doormaken van exacerbaties: hartfalen, blindheid/slechtziendheid, longkanker,depressie, prostaataandoeningen, osteoporose, diabetes, dyspepsie, astma en perifeer vaatlijden. Geconcludeerd kan worden dat chronische comorbiditeit veelvuldig voorkomt bij COPD-patiënten in de huisartsenpraktijken en aanwezigheid van verschillende andere chronische aandoeningen gerelateerd lijkt te zijn aan het frequent doormaken van exacerbaties. Het is dan ook van belang om comorbiditeit bij COPD-patiënten adequaat te diagnosticeren en behandelen. Een eerste PROSPECT-artikel werd recent voor publicatie in Respiratory Research geaccepteerd. Dit jaar zal gekeken worden naar comorbiditeit bij astma.
Onderzoekers: Job van Boven*, Jan Willem Kocks*, Esther Metting*, Tjard Schermer, Waling Tiersma, Janine Westerik (*Universitair Medisch Centrum Groningen, afdeling Eerstelijnsgeneeskunde).

Morbiditeitcijfers FaMe-Net voor Volksgezondheid Toekomst Verkenning
Iedere vier jaar publiceert het RIVM de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV). Onderdeel hiervan zijn de trendcijfers die een beeld geven van veranderingen in de volksgezondheid in Nederland. Voor de VTV-2018 en het Nationaal Kompas Volksgezondheid worden trendcijfers (prevalenties en incidenties) gebruikt uit de FaMe-net registratie. Voor het opstellen van de morbiditeitscijfers is voor het eerst gebruik gemaakt van een methode, ontwikkeld met het NIVEL en RIVM, waarbij gebruik wordt gemaakt van episodeconstructie: hierbij worden vanuit de geregistreerde zorgepisodes in het HIS ziekte-episodes geconstrueerd, waarbij rekening wordt gehouden met de aard van de aandoening. 
Onderzoekers: Hans Bor, Hans Peters, Rene Poos (RijksInstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven).

Gezonde Wijk Uden-Oost
Volgens CBS-gegevens uit 2013 komen in Uden-Oost relatief vaak chronische aandoeningen, overgewicht en hypertensie voor en staan veel inwoners laag op de participatieladder. Reden voor de gemeente Uden om het project Gezonde Wijk te starten. Door integrale wijkaanpak wil men de ervaren gezondheid en participatie verbeteren en bewoners ondersteunen te kiezen voor een gezonde leefstijl. Door vroegtijdige signalering van leefstijlproblemen door de huisarts en verwijzing naar de beweegcoach bijvoorbeeld kan verdere escalatie van de problematiek voorkomen worden. De afdeling Eerstelijnsgeneeskunde is door de gemeenten Uden gevraagd Gezonde Wijk te monitoren en evalueren. Op basis van morbiditeitgegevens over 2015 van alle huisartspraktijken in Uden is eerst onderzocht of de aanname klopt dat in Uden-Oost de prevalentie van chronische ziekten relatief hoog is. In Uden-Oost (postcodegebied 5403) werden niet meer chronische ziekten gevonden dan elders in Uden. 
Onderzoekers: Sandra Boersma, Annetje Dieleman.

Mondklachten in de huisartsenpraktijk
Huisartsen worden in hun praktijk ook geconfronteerd met mondklachten, in 3% van alle contacten. Dit blijkt uit onderzoek in zeven FaMe-net huisartsenpraktijken. Klachten in en rond de mond werden geanalyseerd en er werd gekeken waar de huisarts zelf behandelde, overlegde of doorverwees. De meeste klachten zijn in de leeftijdsgroep tot negen jaar. In 25% van alle gevallen werd medicatie voorgeschreven. Bij ruim 50% werd met andere zorgverleners overleg, waarbij 12% werd doorverwezen – voornamelijk naar de kaakchirurg en tandarts. Bij ruim een kwart van de verwijzingen vond terugrapportage, vooral vanuit de kaakchirurg, plaats. Slechts bij 3% van de patiënten vond professioneel overleg plaats. 
Onderzoekers: Maurits van der Bok*, Nico Creugers*, Floris van de Laar (* Afdeling Tandheelkunde, Radboudumc).

Chronische comorbiditeit na diagnose colon- borst- prostaat- of longkanker
Steeds meer mensen leven langer met kanker. Uit ons onderzoek blijkt dat deze patiënten niet meer kans maken op andere chronische aandoeningen. We vonden een bescheiden invloed op comorbiditeitpatronen na de diagnose, maar deze konden in het algemeen toegeschreven worden aan bijwerkingen van behandelingen van kanker. Patiënten met longkanker hadden een aanzienlijk risico om herpes zoster te ontwikkelen, patiënten met borstkanker en colorectale kanker ontwikkelden vaker osteoporose en patiënten met prostaatkanker had een hogere kans op diabetes type II. 
Onderzoekers: Willem van Berlo, Kees van Boven, Hans Peters, Henk Schers.

Geautomatiseerde medicatiereviews bij polyfarmacie patiënten in de eerstelijn
Nederland heeft een kwart miljoen polyfarmacie patiënten met een vergrote kans op medicatiegerelateerde problematiek. Bijna de helft van de medicatiegerelateerde ziekenhuisopnames (5,6% van alle opnames) zou vermijdbaar zijn. Een jaarlijkse medicatiereview door de huisarts in samenwerking met de apotheker kan dat aantal omlaag brengen, echter de tijdsinvestering hiervoor is aanzienlijk. Uit dit retrospectieve onderzoek blijkt dat ook door gebruik van een geautomatiseerd besliskundig systeem voor medicatiereviews (clinical rules) medicatiegerichte problematiek voorkomen kan worden. 
Onderzoekers: Kees van Boven, Jorrit Harms, Hans Peters, Henk Schers.

Inhalatiecorticosteroïden en klachten bij een bijnierinsufficiëntie
Klachten passend bij bijnieronderdrukking/insufficiëntie, zoals vermoeidheid, braken en spierpijn, komen vaak voor en worden veelal veroorzaakt door onschuldige virale infecties. Inhalatiecorticosteroïden worden vaak voorgeschreven en onderdrukken de bijnier in hoge doses (chemisch). Uit ons onderzoek blijkt dat het gebruik van inhalatiecorticosteroïden niet tot klachten leidt passend bij een iatrogene bijnierinsufficiëntie. De hoogte van de dosering en de behandelingsduur leken een belangrijke invloed te hebben op het optreden van symptomen, maar na correctie voor comorbiditeit waren de verschillen niet langer significant.  
Onderzoekers: Kees van Boven, Ad Hermus (Endocrinologie Radboudumc), Hans Peters, Tessa Schols, Annemarie Uijen.

Statinegebruik bij diabeten
Van de 447 geincludeerde patiënten met DM2 in deze studie gebruikte 67,1% statines, 12,1% voorheen en had 20,8% nooit statines gebruikt. De statinegebruikers waren vaker man en hadden een lager LDL. Van de patiënten die ooit gestart zijn met een statine, staakte 15,3% en switchte 36,7%. Ongeveer 30% daarvan switchte nog een keer, vooral vanwege een onvoldoende daling in het LDL. De meest voorkomende reden om te staken was spierpijn. Ruim de helft van de nooit statinegebruikers hadden een LDL-waarde ≥2,5mmol/L, wat een indicatie is voor statinegebruik. 
Onderzoekers:  Marion Biermans, Bianca Schalk,  Henk Schers, Tina Wullink.

Whisper-project
Langdurig gebruik van inhalatiecorticosteroiden (ICS) is geassocieerd met meerdere bijwerkingen waaronder botontkalking en toename van pneumoniëen. Daarom is het van belang om ICS alleen voor te schrijven aan COPD-patiënten die daar mogelijk echt baat bij hebben zoals wanneer er ook sprake is van astma. Toch blijken veel COPD-patiënten in de huisartsenpraktijk ICS te gebruiken zonder een duidelijke indicatie. De COPD standaard van het Nederlands Huisartsengenootschap (NHG) adviseert om het gebruik van ICS bij deze patiënten te stoppen. Het doel van de Whisper-studie is om te bepalen in hoeverre het gecontroleerd stoppen met ICS bij eerstelijns COPD-patiënten die geen indicatie voor dit medicijngebruik hebben mogelijk is zonder dat de patiënt hier negatieve effecten van ondervindt. Data uit het Onderzoeksnetwerk Eerstelijnsgeneeskunde zijn gebruikt om voor huisartspraktijken die deelnemen aan de Whisper-studie lijsten te maken van patiënten die aan de insluitcriteria voldoen. Heeft u ook interesse in deelname aan deze studie, neem dan contact op met Lisette van den Bemt
Onderzoekers: Lisette van den Bemt, Joke Grootens, Tjard Schermer, Carla Walk.

Divider
Publicaties

Van Dipten C, Olde Hartman TC, Biermans MC, Assendelft WJ. Substitution scenario in follow-up of chronic cancer patients in primary care: prevalence, disease duration and estimated extra consultation time. Fam Pract. 2016 Feb;33(1):4-9.

Van Gelder VA, Scherpbier-De Haan ND, De Grauw WJ, Vervoort GM, Van Weel C, Biermans MC, Braspenning JC, Wetzels JF. Quality of chronic kidney disease management in primary care: a retrospective study. Scand J Prim Health Care. 2016;34(1):73-80

Janssens HJ, Arts PG, Schalk BW, Biermans MC. Gout and rheumatoid arthritis, both to keep in mind in cardiovascular risk management: A primary care retrospective cohort study. Joint Bone Spine. 2017 Jan;84(1):59-64.

Ruikes FG, Zuidema SU, Akkermans RP, Assendelft WJ, Schers HJ, Koopmans RT.Multicomponent Program to Reduce Functional Decline in Frail Elderly People: A Cluster Controlled Trial. J Am Board Fam Med.  2016; 29 (2): 209-17.

Westerik JA, Metting EI, van Boven JF, Tiersma W, Kocks JW, Schermer TR. Associations beween chronic comorbidity and exacerbation risk in primary care patients with COPD. Respir Res. 2017 Feb 6;18(1):31.

Divider
Bedankt!

Dank aan alle huisartsenpraktijken die deze onderzoeken mede mogelijk hebben gemaakt!
MEER WETEN?
Wilt u meer weten over de onderzoeken in deze nieuwsbrief?

Heeft u zelf onderzoeksvragen of heeft u ondersteuning nodig bij het analyseren van de gegevens?

Neem contact op met José Donkers.Do
De  Onderzoeksnieuwsbrief Eerstelijnsgeneekunde is samengesteld door de communicatiecommissie van de afdeling Eerstelijnsgeneeskunde van het Radboudumc. 

 
Divider
© Radboudumc Eerstelijnsgeneeskunde Geert Grooteplein 21 Nijmegen, CT 6525 EZ Netherlands
Unsubscribe from this list.
Radboudumc wapen


Email Marketing Powered by Mailchimp